Keuzehulpen
Plantvinder
Welke plant past bij jouw situatie?
Probleemhulp
Diagnose en oplossing in drie stappen
Alle planten
Kamerplanten
Weinig licht Grote kamerplanten Makkelijk Huisdierveilig Hangplanten Bloeiend Luchtzuiverend Volle zon Alle categorieen →
Plantproblemen
Bruine randen Gele bladeren Blad krult Slappe bladeren Beestjes Wortelrot Alle problemen →
Plantverzorging
Stekken Water geven Snoeien Verpotten Bemesting Potgrond Alle gidsen →
Home / Gidsen / Urban jungle in huis: zo bouw je hem op in drie lagen
Gids

Urban jungle in huis: zo bouw je hem op in drie lagen

Plantspecialist Niels
Door Niels, plantspecialist
·12 min leestijd
Woonkamerhoek met een grote Monstera en Strelitzia achterin, Calathea en Aglaonema ervoor en hangende Epipremnum op een kast

Een urban jungle ontstaat niet doordat je meer planten koopt. Hij ontstaat doordat je hoogteverschil maakt.

De meeste plantenhoeken mislukken op precies hetzelfde punt: alles staat op de grond, alles is ongeveer even hoog en alles is egaal groen. Het resultaat is een verzameling planten, geen jungle.

In een echt regenwoud zitten drie lagen boven elkaar: een bladerdak, een struiklaag eronder en een bodemlaag met varens en kruipers. Dat principe kun je in een woonkamerhoek van twee vierkante meter nabootsen, en dat is precies wat deze gids doet.

Je leest hier welke soorten in welke laag horen, hoe je bladvormen tegen elkaar afzet, en welke combinaties in de praktijk juist niet samengaan omdat hun lichtbehoefte botst. Plus de vraag die in geen enkel urban-jungle-lijstje staat: van de twintig klassiekers hieronder zijn er twaalf giftig voor katten en honden.

Wat een urban jungle eigenlijk is

Urban jungle is een inrichtingsstijl, geen plantensoort. Het idee is dat je binnen de dichtheid en de gelaagdheid van een tropisch bos nabootst, in plaats van planten netjes verspreid over de kamer te zetten.

Dat woord dichtheid is belangrijk. Vijf planten dicht bij elkaar in één hoek geven meer jungle-effect dan vijftien planten verspreid over vier kamers. Groepering is wat het oog leest als vegetatie.

Het tweede ingrediënt is hoogteverschil. Zodra je blad hebt op drie verschillende hoogtes, gaat je oog van boven naar beneden en leest de hoek als diep in plaats van plat. Dat is de hele truc, en hij kost je geen extra planten.

Er zit trouwens ook een praktisch voordeel aan groeperen. Planten die dicht bij elkaar staan verdampen samen vocht, waardoor de luchtvochtigheid tussen het blad meetbaar hoger ligt dan elders in de kamer. Voor tropische soorten als Calathea en Alocasia scheelt dat echt iets.

De valkuil van groeperen

Planten die elkaar raken geven plagen razendsnel aan elkaar door. Wolluis, spint en trips lopen letterlijk over van blad naar blad. Houd daarom een paar centimeter lucht tussen de bladeren en controleer bij een nieuwe aanwinst altijd eerst twee weken apart voordat hij de groep in mag.

De drie lagen van een plantenhoek

In een regenwoud zitten de lagen boven elkaar omdat het licht van boven komt. Binnen komt het licht van opzij, maar het principe van gelaagdheid werkt visueel precies hetzelfde.

Denk in drie hoogtes en vul ze allemaal. Een hoek waarin één laag ontbreekt valt meteen op, en meestal is dat de middenlaag.

  1. 1

    Laag 1: de canopy, vanaf ongeveer 150 cm

    De grote planten die achterin staan en de bovenkant van de hoek vullen. Ze bepalen de hoogte en de silhouetlijn. Eén of twee is genoeg, meer wordt een muur.

  2. 2

    Laag 2: de middenlaag, ongeveer 60 tot 150 cm

    De vulling ervoor en ertussen, op een kruk, plantentafel of gewoon op de grond. Dit is de laag die het vaakst ontbreekt, waardoor je onder de grote planten een gat ziet.

  3. 3

    Laag 3: de hangers en klimmers

    Alles wat naar beneden valt vanaf een kast, plank of plafondhaak, plus wat langs een mosstok omhoog klimt. Deze laag kost geen vloeroppervlak en levert het meeste effect per euro.

Verdeling die in de praktijk werkt

Voor een hoek van ongeveer twee vierkante meter: één of twee planten in de canopy, drie tot vier in de middenlaag en twee of drie hangers. Dat is zeven tot negen planten, en dat is genoeg. Meer wordt onoverzichtelijk en maakt het onderhoud onhoudbaar.

Laag 1: planten voor de canopy

De canopy is je grootste investering en meteen de beslissing die de rest bepaalt. Kies hier één plant die de blikvanger wordt en eventueel een tweede die iets anders doet qua bladvorm.

Let bij deze laag vooral op de breedte, niet op de hoogte. Een Strelitzia van twee meter neemt onderin nauwelijks ruimte maar spreidt bovenin ruim een meter uit, en dat wil je weten voordat je hem tussen twee kasten propt.

  1. 1
    Monstera deliciosa (gatenplant) met grote bladeren vol gaten en spleten

    Monstera deliciosa

    De klassieker, en terecht. Volwassen bladeren worden 40 tot 60 cm breed met de kenmerkende gaten, waardoor één plant een hele hoek visueel vult. Bind hem op aan een mosstok: hij is van huis uit een klimmer en maakt aan een steun merkbaar grotere en meer ingesneden bladeren dan los in een pot.

    Bekijk Monstera Deliciosa →
  2. 2
    Strelitzia (paradijsvogelplant) met grote banaanachtige bladeren

    Strelitzia

    Grote peddelvormige bladeren op lange stelen, die vanuit het hart omhoog waaieren. Geeft meer hoogte dan breedte onderin, dus ideaal voor een smalle hoek naast een raam. Wel de meest lichthongerige plant in deze lijst, dus zet hem echt vooraan bij het venster.

    Bekijk Strelitzia →
  3. 3
    Ficus elastica (rubberplant) met glanzende donkergroene bladeren

    Ficus elastica (rubberplant)

    Rechtop groeiend met dikke, glanzende bladeren die het licht weerkaatsen. Precies daarom werkt hij goed als tegenhanger van matte, getekende bladeren in de middenlaag. Draai hem elke paar weken een kwartslag, anders groeit hij scheef naar het raam.

    Bekijk Ficus Elastica →
  4. 4
    Areca palm (goudpalm) met sierlijke goudgroene varenbladen

    Areca palm

    In plaats van een paar grote bladeren maakt de Areca tientallen fijne, geveerde veren die uitwaaieren. Dat geeft beweging en een zachte bovenrand, waar de andere canopy-planten juist zware vlakken leveren. Bovendien een van de weinige grote soorten die veilig is voor katten en honden.

    Bekijk Areca Palm →
  5. 5
    Ficus lyrata (vioolbladplant) met grote vioolvorming bladeren

    Ficus lyrata (vioolbladplant)

    Enorme, golvende bladeren die een strak silhouet geven. Wel de lastigste van dit rijtje: hij haat verplaatsen en tocht, en reageert daarop met bladval. Kies hem alleen als je zeker weet waar hij komt te staan.

    Bekijk Ficus Lyrata →
  6. 6
    Howea forsteriana (Kentiapalm) met elegante gebogen vederbladeren

    Howea (kentiapalm)

    De uitzondering voor een donkere hoek. De kentia komt uit de ondergroei van Lord Howe Island en houdt het als enige echt grote plant vol op een noordraam. Groeit traag, dus koop hem meteen op formaat.

    Bekijk Howea (Kentia Palm) →
  7. 7
    Alocasia zebrina met gestreepte stelen en pijlvormige bladeren

    Alocasia

    Pijlvormige bladeren met scherp getekende nerven, die er bijna gebeeldhouwd uitzien. Het meest dramatische blad van de hele lijst, maar ook de veeleisendste: hoge luchtvochtigheid, warmte en absoluut geen natte voeten. Voor gevorderden.

    Bekijk Alocasia →

Laag 2: de middenlaag die iedereen vergeet

Dit is waar de meeste plantenhoeken de mist in gaan. Onder een Monstera of Strelitzia zit een gat van ongeveer een halve meter waar je door de stelen heen tegen de plint aankijkt, en dat gat verpest het jungle-effect volledig.

De middenlaag hoeft niet spectaculair te zijn. Sterker nog, hij moet juist rustig zijn, want de canopy is al druk genoeg. Wat je hier wilt is dicht, egaal blad dat de ruimte opvult.

Zet deze planten niet allemaal op de grond. Een kruk, een omgekeerde plantenpot of een simpele plantentafel tilt er eentje op naar 80 of 100 cm, en dan pas ontstaat er een echte trap van hoog naar laag.

  1. 1
    Aglaonema (Chinese Evergreen) met lance-vormige bladeren in groen met zilveren marmering

    Aglaonema (Chinese evergreen)

    Breed, dicht blad in effen groen of met zilver- en roze tekening, afhankelijk van de cultivar. Blijft rond 80 cm en vult de ruimte onder grotere planten precies goed op. Vraagt weinig en verdraagt matig licht.

    Bekijk Aglaonema →
  2. 2
    Calathea met prachtig getekende bladeren in groen en paars

    Calathea

    Als je één plant kiest voor tekening, kies dan deze. De bladpatronen lopen van visgraat tot pauwenveer, en aan de onderkant vaak dieppaars. Wel de gevoeligste van de middenlaag: hij wil kalkarm water en luchtvochtigheid boven de 50 procent, dus zet hem midden in de groep waar het vochtiger is.

    Bekijk Calathea →
  3. 3
    Spathiphyllum (lepelplant) met witte bloem en donkergroen blad

    Spathiphyllum (lepelplant)

    Donker, glanzend blad plus witte schutbladen die contrast geven tegen al dat groen. Hij hangt zichtbaar door als hij water wil en veert binnen een paar uur weer op, wat hem verrassend makkelijk maakt om af te lezen. Doet het ook op een noordraam.

    Bekijk Spathiphyllum →
  4. 4
    Asplenium nidus (nestvaren) met brede, golvende lichtgroene bladeren

    Asplenium nidus (nestvaren)

    Golvende, glanzende bladeren die als een trechter uit het hart komen. Een van de weinige varens die niet meteen bruin wordt bij normale kamerlucht. Brengt zachtheid in een groep die verder uit strakke vormen bestaat.

    Bekijk Asplenium Nidus →
  5. 5
    Zamioculcas zamiifolia (ZZ-plant) met glanzende donkergroene bladeren

    Zamioculcas (ZZ-plant)

    Rechte, glanzende stelen met kleine leerachtige blaadjes, die een strakke verticale lijn geven tussen alle bogen en waaiers. Overleeft weinig licht en weken zonder water, dus perfect voor de achterste hoek waar je moeilijk bij kunt.

    Bekijk Zamioculcas →
  6. 6
    Aspidistra elatior (kwartjesplant) met donkergroene langwerpige bladeren

    Aspidistra

    Lange, donkere bladeren die recht uit de grond komen. Niet spannend, en dat is precies zijn functie: hij vult donkere plekken onderin zonder de aandacht te trekken. Groeit traag maar gaat decennia mee.

    Bekijk Aspidistra →

Laag 3: hangers en klimmers

Deze laag levert het meeste jungle-effect per vierkante meter, want hij kost je geen vloeroppervlak. Een kast, een wandplank of een plafondhaak is genoeg.

Hang ze hoog. Een hangplant op een lage kast oogt als een plant die over de rand valt, dezelfde plant op ooghoogte of hoger oogt als vegetatie die van boven komt. Dat verschil is groter dan je denkt.

Dezelfde soorten kun je ook de andere kant op laten gaan. Epipremnum, Scindapsus en Monstera adansonii zijn van nature klimmers: aan een mosstok groeien ze omhoog en maken ze grotere bladeren dan hangend.

  1. 1
    Epipremnum aureum (Pothos) met hartvormige bladeren en goudgele vlekken

    Epipremnum aureum (golden pothos)

    De snelste manier om verticale ruimte te vullen. Ranken van twee meter zijn binnen een paar jaar normaal, en met regelmatig terugknippen blijft hij vol in plaats van kaal bovenin. De goudgele tekening vervaagt bij weinig licht naar egaal groen, wat aanpassing is en geen ziekte.

    Bekijk Epipremnum Aureum →
  2. 2
    Scindapsus pictus met zilver-gespikkelde hartvormige bladeren

    Scindapsus pictus

    Net zo makkelijk als de Pothos, maar met matgroen blad en zilveren spikkels. Die matte textuur is precies wat een groep vol glanzende bladeren nodig heeft om niet eentonig te worden.

    Bekijk Scindapsus →
  3. 3
    Philodendron Scandens met hartvormige groene bladeren

    Philodendron scandens (hartjesplant)

    Hartvormige, glanzend groene bladeren aan soepele ranken. Houdt zijn kleur beter vast in schaduw dan de bonte Pothos, dus de betere keuze voor een donkere kast.

    Bekijk Philodendron Scandens →
  4. 4
    Monstera Adansonii (Monkey Mask) met langwerpige bladeren vol gaten

    Monstera adansonii

    Kleinere bladeren dan zijn grote broer, maar wel met gaten, en dat maakt hem tot de meest jungle-achtige hanger die er is. Laat een paar ranken samen naar beneden groeien en het effect wordt een gordijn.

    Bekijk Monstera Adansonii →
  5. 5
    Hoya carnosa met dikke wasachtige bladeren en een bloemtros van witroze sterrenvormige bloemen in een terracotta pot

    Hoya

    Dikke, wasachtige bladeren aan stugge ranken, met kans op stervormige bloemtrossen als hij eenmaal gevestigd is. Volledig anders van textuur dan al het zachte blad eromheen. Veilig voor huisdieren.

    Bekijk Hoya →
  6. 6
    Ceropegia Woodii met hartvormige paars-groene blaadjes aan lange hangende stengels

    Ceropegia woodii (string of hearts)

    Dunne draden met kleine hartvormige blaadjes die meters lang worden. De uitzondering in deze lijst: hij wil juist veel licht en droge grond, dus hang hem bij het raam en niet in de schaduw van de canopy.

    Bekijk Ceropegia Woodii →
  7. 7
    Chlorophytum comosum (graslelie) met groen-wit gestreepte bladeren en uitlopers

    Chlorophytum (graslelie)

    Boogvormige smalle bladeren die na verloop van tijd kindjes aan lange stelen maken, wat vanzelf een tweede hangende laag oplevert. Onverwoestbaar en veilig voor katten.

    Bekijk Chlorophytum →

Bladvormen en textuur tegen elkaar afzetten

Als je de drie lagen hebt staan en het ziet er nog steeds saai uit, ligt het bijna altijd aan textuur. Twintig planten met hetzelfde soort blad lezen als één groene massa.

De regel is simpel: zet tegenpolen naast elkaar. Groot naast fijn, glanzend naast mat, effen naast getekend, recht naast hangend.

Een praktisch voorbeeld. Een Ficus elastica met dikke, spiegelende bladeren naast een Areca palm met fijne veren, met daaronder een Calathea met matte tekening en een Scindapsus die er mat-zilverig overheen valt. Vier planten, vier totaal verschillende texturen, en de hoek leest meteen als vol.

  1. 1

    Groot vlak tegenover fijn geveerd

    Monstera, Ficus lyrata en Alocasia leveren zware bladvlakken. Areca palm, nestvaren en graslelie leveren fijne, opgedeelde vormen. Zet ze naast elkaar, niet gescheiden.

  2. 2

    Glanzend tegenover mat

    Ficus elastica, Zamioculcas en Spathiphyllum weerkaatsen licht. Scindapsus, Calathea en Philodendron micans slikken het juist op. Dat verschil zie je vooral bij lamplicht in de avond.

  3. 3

    Effen tegenover getekend

    Houd het aantal getekende planten beperkt tot ongeveer een derde. Meer tekening wordt onrustig, en de gaten van een Monstera komen alleen tot hun recht tegen een rustige achtergrond.

  4. 4

    Verticaal tegenover hangend

    De rechte stelen van een Zamioculcas of Aspidistra vormen een tegenwicht tegen alles wat waaiert en valt. Zonder minstens één strakke verticale lijn oogt een groep snel slap.

Een hoek, een lichtsituatie: wat wel en niet samengaat

Hier gaat het in de praktijk mis. Alle inspiratiefoto's laten planten zien die er samen mooi uitzien, maar niemand vertelt erbij dat een deel van die soorten totaal verschillende omstandigheden vraagt.

Je plantenhoek heeft één lichtsituatie en één gietritme, want je gaat niet elke plant afzonderlijk beoordelen. Kies dus soorten die daarin bij elkaar passen.

De grootste botsing in dit artikel is de Ceropegia woodii. Die wil direct zonlicht en grond die volledig uitdroogt, terwijl de Calathea ernaast juist gedempt licht en constant licht vochtige grond wil. Zet je die twee samen, dan gaat er gegarandeerd één dood.

Hieronder drie combinaties die wel kloppen, per lichtsituatie.

  1. 1

    Helder indirect licht, bij een oost- of westraam

    Canopy: Monstera deliciosa of Ficus elastica. Midden: Calathea en Aglaonema. Hangend: Scindapsus en Monstera adansonii. Gietritme: ongeveer wekelijks, als de bovenste vijf centimeter droog aanvoelt. Dit is de rijkste combinatie en de makkelijkste om vol te houden.

  2. 2

    Weinig licht, noordraam of een paar meter van het raam

    Canopy: Howea (kentiapalm). Midden: Spathiphyllum, Aspidistra en Zamioculcas. Hangend: Philodendron scandens of Epipremnum. Gietritme: eens per een tot twee weken, en in een donkere hoek eerder minder dan meer. Vergeet Calathea, Alocasia en Ceropegia hier.

  3. 3

    Veel licht bij een zuidraam

    Hier werkt een klassieke jungle juist slecht, want de meeste soorten hierboven verbranden in directe middagzon. Ceropegia woodii en Hoya kunnen het wel aan, en een Strelitzia mag pal voor het raam. Zet de rest een tot twee meter verder de kamer in, uit de directe zonnebaan.

Het gietritme is de echte beperking

Lichtbehoefte kun je nog oplossen door planten iets te verschuiven. Waterbehoefte niet, want die zit in de pot. Combineer daarom nooit een soort die constant vochtig wil zijn met een soort die volledig moet uitdrogen in dezelfde hoek, tenzij je bereid bent ze los te beoordelen.

Twaalf van deze twintig planten zijn giftig voor katten en honden

Dit staat in vrijwel geen enkel urban-jungle-artikel, en dat is vreemd, want het is voor veel mensen de beslissende factor.

Van de twintig soorten in deze gids zijn er twaalf giftig voor katten en honden en acht veilig. De giftige groep bestaat vrijwel volledig uit de Araceae, de aronskelkfamilie: Monstera, Philodendron, Epipremnum, Scindapsus, Alocasia, Aglaonema, Spathiphyllum en Zamioculcas. Die bevatten onoplosbare calciumoxalaatkristallen, die bij kauwen direct branderige pijn en zwelling in de bek geven.

Daar komen de twee Ficussen bij, met irriterend melksap, en de Strelitzia. Ernstig vergiftigd raakt een kat er zelden van, maar het is wel pijnlijk en het kan flink braken en speekselen veroorzaken.

De acht veilige soorten zijn de Areca palm, de kentiapalm, Calathea, Hoya, nestvaren, Ceropegia woodii, graslelie en Aspidistra. Dat is genoeg om een volledige jungle in drie lagen mee te bouwen: palm als canopy, Calathea en nestvaren in het midden, graslelie en Hoya als hangers.

Heb je een kat die aan planten knabbelt, kijk dan verder in ons overzicht van planten die giftig zijn voor katten of ga direct naar de lijst met kamerplanten die niet giftig zijn voor huisdieren.

Hangen is geen oplossing

Een hangplant hoog ophangen lijkt veilig, maar juist de afvallende blaadjes en afgeknipte ranken belanden op de grond. Katten gaan daar met plezier achteraan. Ruim snoeiafval dus meteen op en zet een kattengras neer als afleiding.

Zo begin je met vijf planten in plaats van twintig

Twintig planten tegelijk kopen is de snelste manier om er binnen een half jaar vijf over te houden. Je kent het gietritme nog niet, je weet nog niet hoe het licht in die hoek door het jaar heen verandert en je hebt nog geen routine.

Begin met vijf en breid pas uit als die er na drie maanden nog goed bij staan. Vijf planten in drie lagen geven al een compleet jungle-effect, zeker als je ze dicht bij elkaar zet.

Een werkbare startset voor een gemiddelde woonkamerhoek met indirect licht: één Monstera deliciosa aan een mosstok als canopy, een Aglaonema en een Spathiphyllum in de middenlaag, en een Epipremnum plus een Scindapsus hangend op de kast erboven.

Al deze vijf willen ongeveer hetzelfde: helder indirect licht en water als de bovenlaag droog is. Dat maakt het onderhoud één handeling in plaats van vijf.

  1. 1

    Week 1: zet de canopy neer

    Koop eerst de grote plant en kijk een paar weken hoe hij het doet op die plek. Blijft hij mooi, dan klopt de lichtsituatie en kun je verder bouwen.

  2. 2

    Week 3: vul de middenlaag

    Twee tot drie planten ervoor en ernaast, waarvan er minstens één op een kruk of tafeltje staat. Dit is de stap waarin het opeens een hoek wordt in plaats van een losse plant.

  3. 3

    Week 5: hang de derde laag op

    Een of twee hangers boven de groep. Hang ze hoger dan je instinctief zou doen, en laat de ranken tussen de planten eronder door vallen.

  4. 4

    Maand 3: evalueer en breid uit

    Staat alles er nog goed bij, breid dan uit met soorten die een textuur toevoegen die je nog mist. Zijn er twee dood, kijk dan eerst naar licht en gietritme voordat je nieuwe koopt.

Hoe ik mijn eigen plantenhoek opbouwde

Mijn eerste plantenhoek bestond uit drie grote planten die ik in een keer had gekocht: een Monstera, een Strelitzia en een Ficus elastica. Alle drie op de grond, netjes naast elkaar.

Het zag er niet uit. Ik dacht dat ik er gewoon nog een plant bij nodig had, dus ik zette er een vierde grote plant naast. Precies hetzelfde resultaat.

Pas toen ik er eentje op een krukje zette, zag ik wat er misging. Alles stond op dezelfde hoogte, dus het las als een haag en niet als een hoek.

De oplossing kostte bijna niets. Een Aglaonema en een Spathiphyllum ervoor voor de middenlaag, en een Epipremnum op de kast erboven. Drie kleine planten erbij en het klopte, terwijl die vierde grote plant er niets aan had toegevoegd.

De tweede les kwam later. De Strelitzia stond helemaal achteraan en ik kon er alleen bij door de rest te verschuiven, dus in de winter sloeg ik hem geregeld over. Sindsdien zet ik de taaiste plant achterin en de plant die aandacht vraagt vooraan.

Veelgemaakte fouten bij een plantenhoek

De meeste jungles stranden niet op plantenkennis maar op vier praktische dingen.

  1. 1

    Alles even hoog

    Vijf planten van 80 cm naast elkaar lezen als een haag, niet als een jungle. Los dit op met een kruk of plantentafel voordat je nieuwe planten koopt: hoogteverschil maken is gratis.

  2. 2

    Sierpotten zonder drainagegat

    In een dichte pot verzamelt zich water onderin dat je niet ziet, en dat is bij een dichte plantengroep de nummer een doodsoorzaak. Houd de plant in zijn kweekpot en zet die in de sierpot, zodat je het overtollige water kunt weggieten.

  3. 3

    Planten die elkaar raken

    Blad tegen blad betekent geen luchtcirculatie en een snelweg voor wolluis en spint. Laat een paar centimeter tussen de bladeren en controleer elke maand de bladonderkanten in het midden van de groep, want daar begint een plaag altijd ongezien.

  4. 4

    De achterste plant nooit meer kunnen bereiken

    Als je de canopy alleen kunt water geven door drie andere planten te verschuiven, sla je hem op den duur over. Zet daarom de meest onverwoestbare soort achterin, bijvoorbeeld een Zamioculcas of Aspidistra, en de gevoelige soorten vooraan.

Veelgestelde vragen

Hoeveel planten heb je nodig voor een urban jungle?

Zeven tot negen planten in een hoek van ongeveer twee vierkante meter geven een compleet jungle-effect: een of twee grote planten, drie tot vier in de middenlaag en twee of drie hangers. Groepering en hoogteverschil doen meer dan aantal. Vijf planten dicht bij elkaar in één hoek ogen voller dan vijftien verspreid over de kamer.

Welke planten passen goed bij elkaar in een plantenhoek?

Planten die dezelfde lichtbehoefte en hetzelfde gietritme hebben, en die qua bladvorm juist van elkaar verschillen. Een goede basis voor indirect licht is Monstera deliciosa als grote plant, Aglaonema en Calathea in het midden en Scindapsus of Epipremnum hangend. Combineer nooit een soort die constant vochtig wil blijven, zoals Calathea, met een soort die volledig moet uitdrogen, zoals Ceropegia woodii.

Wat is de goedkoopste manier om veel groen in huis te krijgen?

Hangende klimplanten zoals Epipremnum, Scindapsus en Philodendron scandens, omdat ze snel groeien, geen vloeroppervlak kosten en zich gratis laten vermeerderen. Een enkele stek met een knoop erop wortelt binnen een paar weken in water, dus van één plant maak je in een seizoen een hele wand.

Zijn urban jungle planten giftig voor katten?

Veel wel. Van de twintig klassiekers in deze gids zijn er twaalf giftig voor katten en honden, vooral de aronskelkfamilie: Monstera, Philodendron, Epipremnum, Scindapsus, Alocasia, Aglaonema, Spathiphyllum en Zamioculcas. Veilige alternatieven waarmee je alsnog drie lagen kunt bouwen zijn de Areca palm, de kentiapalm, Calathea, nestvaren, Hoya, graslelie, Ceropegia woodii en Aspidistra.

Kan een urban jungle ook in een donkere kamer?

Ja, maar met een andere plantenlijst. Kies een kentiapalm als grote plant, Spathiphyllum, Aspidistra en Zamioculcas voor de middenlaag en Philodendron scandens of Epipremnum als hanger. Laat Calathea, Alocasia, Ficus lyrata en Ceropegia woodii dan achterwege, want die redden het niet zonder helder licht.

Verhogen veel planten bij elkaar de luchtvochtigheid?

Een groep planten verdampt samen vocht, waardoor de lucht tussen het blad merkbaar vochtiger is dan elders in de kamer. Voor tropische soorten als Calathea en Alocasia is dat precies genoeg om bruine bladranden te beperken. Verwacht er geen effect van op de luchtvochtigheid van de hele kamer: daarvoor zou je er veel meer nodig hebben.

Hoe voorkom ik dat mijn plantenhoek een plagenhaard wordt?

Houd een paar centimeter lucht tussen de bladeren, zet elke nieuwe plant eerst twee weken apart voordat hij bij de groep mag, en controleer maandelijks de bladonderkanten in het midden van de groep. Daar begint een besmetting altijd, omdat je er niet bij kijkt. Wolluis, spint en trips lopen bij aanrakend blad binnen dagen over naar de buurplant.

Wat doe ik met de lege ruimte onder een grote plant?

Dat gat is de reden dat een plantenhoek plat oogt. Vul het met breed, dicht blad op ongeveer 60 tot 100 cm hoogte: Aglaonema, Spathiphyllum, nestvaren of Aspidistra. Zet er minstens een op een kruk of plantentafel, zodat er een echte trap ontstaat van hoog naar laag.

Moet ik mijn planten opbinden aan een mosstok?

Voor klimmers als Monstera deliciosa, Epipremnum, Scindapsus en Monstera adansonii is dat de moeite waard. Deze soorten klimmen in het wild tegen boomstammen omhoog en maken aan een steun grotere bladeren dan los in een pot, bij de Monstera ook met meer inkepingen. Hangend gebruiken kan prima, maar dan blijven de bladeren kleiner.

Lees ook

Bronnen

Dit advies is mede gebaseerd op onderzoek van universiteiten en instituten.

Lees meer

Meer weten over?

Monstera Deliciosa Strelitzia Ficus Elastica Areca Palm Howea (Kentia Palm) Aglaonema Calathea Spathiphyllum Epipremnum Aureum Scindapsus Monstera Adansonii Hoya Ceropegia Woodii Zamioculcas Aspidistra Asplenium Nidus BeestjesWolluisSpintBruine randenGele bladeren LichtWater gevenPotgrond