Keuzehulpen
Plantvinder
Welke plant past bij jouw situatie?
Probleemhulp
Diagnose en oplossing in drie stappen
Alle planten
Kamerplanten
Weinig licht Grote kamerplanten Makkelijk Huisdierveilig Hangplanten Bloeiend Luchtzuiverend Volle zon Alle categorieen →
Plantproblemen
Bruine randen Gele bladeren Blad krult Slappe bladeren Beestjes Wortelrot Alle problemen →
Plantverzorging
Stekken Water geven Snoeien Verpotten Bemesting Potgrond Alle gidsen →
Home / Gidsen / Plantenvoeding voor kamerplanten: wat het is en wat je plant er echt van merkt
Gids

Plantenvoeding voor kamerplanten: wat het is en wat je plant er echt van merkt

Plantspecialist Niels
Door Niels, plantspecialist
·13 min leestijd
Fles vloeibare plantenvoeding met maatdopje en gieter naast een Monstera op een houten tafel

Plantenvoeding is geen eten. Dat klinkt als een detail, maar het is precies waar de meeste misverstanden vandaan komen.

Een plant maakt zijn eigen voedsel. Met licht, water en CO2 bouwt hij suikers, en dat is zijn energie. Wat hij niet zelf kan maken zijn de mineralen: stikstof, fosfor, kalium en een reeks sporenelementen. Die haalt hij in de natuur uit de bodem, en in een pot raken ze binnen een paar maanden op.

Plantenvoeding vult dus alleen die mineralen aan. Meer voeding geven maakt een plant die te weinig licht krijgt daarom niet sneller, net zomin als extra vitaminepillen jou sneller laten groeien als je niet eet.

In deze gids lees je wat er in plantenvoeding zit, wat die drie cijfers op de fles betekenen, welke verhouding bij welk type kamerplant hoort, en hoe je aan de plek van de gele bladeren kunt zien welk mineraal er ontbreekt.

Wat plantenvoeding is, en wat het niet is

Een plant maakt zijn eigen suikers via fotosynthese. Licht is daarvoor de brandstof, en dat is de reden dat licht altijd de eerste vraag is als een plant slecht groeit, niet voeding.

Wat een plant niet zelf kan maken zijn de mineralen waarmee hij bladgroen, celwanden en eiwitten bouwt. Die neemt hij als opgeloste zouten op via de wortels. In de natuur worden ze continu aangevuld door afbrekend blad en regenwater.

Een pot is een gesloten systeem. De potgrond die je koopt bevat meestal genoeg voorraadbemesting voor zes tot acht weken, en daarna is het op. Vanaf dat moment is alles wat de plant nog krijgt afkomstig van jou.

Dat maakt plantenvoeding een aanvulling en geen groeimiddel. Een plant in een donkere hoek die stilstaat gaat door voeding niet groeien, maar krijgt wel een grondoplossing die te zout wordt voor zijn wortels.

De volgorde die je wilt aanhouden

Licht, dan water, dan potgrond, dan pas voeding. Groeit een plant niet, loop die volgorde dan af voordat je naar de fles grijpt. In verreweg de meeste gevallen zit het probleem in de eerste twee, en dan maakt extra voeding het alleen erger.

NPK uitgelegd: wat die drie cijfers op de fles betekenen

Op elke verpakking staan drie getallen, bijvoorbeeld 7-3-6 of 20-20-20. Dat zijn de percentages van de drie hoofdvoedingsstoffen, in vaste volgorde: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K).

Die volgorde is internationaal en staat vast, dus je hoeft nooit te raden welk cijfer waarbij hoort. Het eerste getal is altijd stikstof.

De absolute hoogte van de getallen zegt vooral iets over hoe geconcentreerd het product is, niet over hoe goed het is. Een 20-20-20 is niet beter dan een 7-3-6, hij is alleen sterker en moet dus verder verdund worden. Wat wél uitmaakt is de onderlinge verhouding.

Hoe je op basis daarvan een fles kiest staat in de beste plantenvoeding voor kamerplanten.

  1. 1

    N, stikstof: blad en groen

    Stikstof is een bouwsteen van bladgroen en eiwitten. Een plant die veel blad moet maken vraagt er veel van, en een tekort zie je direct aan bleek, geel blad. Bladplanten zoals Monstera, Philodendron en Ficus willen daarom een voeding waarin het eerste getal het hoogst is.

  2. 2

    P, fosfor: wortels, bloei en energie

    Fosfor speelt een rol in de energiehuishouding van de cel en in wortel- en bloemvorming. Kamerplanten hebben er relatief weinig van nodig, wat de reden is dat het middelste getal in goede kamerplantenvoeding vaak het laagst is. Bloeiers vormen de uitzondering.

  3. 3

    K, kalium: stevigheid en waterhuishouding

    Kalium stuurt de huidmondjes aan en regelt daarmee de waterhuishouding en de stevigheid van het weefsel. Een plant met genoeg kalium verdraagt droogte en temperatuurwisselingen beter. Een tekort zie je aan verdroogde bladranden op de oudere bladeren.

Waarom 20-20-20 zelden ideaal is voor kamerplanten

Een gelijke verhouding komt uit de land- en tuinbouw, waar planten in één seizoen moeten bloeien en vrucht zetten. Een kamerplant maakt vooral blad en leeft jarenlang in dezelfde pot. Een verhouding met meer stikstof dan fosfor, bijvoorbeeld in de trant van 7-3-6, sluit daar beter op aan.

De sporenelementen die op de meeste flessen ontbreken

NPK is het bekende deel, maar een plant heeft nog zeker elf andere elementen nodig. Ze heten sporenelementen omdat de hoeveelheden minuscuul zijn, niet omdat ze optioneel zijn.

In de natuur zitten ze in de bodem en in regenwater. In een pot met verse potgrond zitten ze er ook, maar na een jaar of twee zonder verpotten zijn juist deze als eerste uitgeput. Dat is de reden dat een plant die alleen NPK krijgt na verloop van tijd toch vage klachten kan geven.

Kijk daarom op het etiket of er naast NPK ook magnesium, calcium en ijzer genoemd staan, plus liefst mangaan, borium, zink, koper en molybdeen. Een voeding die alleen drie cijfers noemt en verder niets, is incompleet voor langdurig gebruik.

  1. 1

    Magnesium (Mg)

    Het atoom in het midden van het bladgroenmolecuul. Zonder magnesium kan een plant letterlijk geen chlorofyl maken. Een tekort geeft gele vlekken tussen de nerven op de oudste bladeren, terwijl de nerven zelf groen blijven.

  2. 2

    Calcium (Ca)

    Bouwt celwanden en houdt nieuw weefsel stevig. Calcium verplaatst zich nauwelijks door de plant, dus een tekort zie je altijd in de nieuwste groei: misvormde jonge blaadjes of afstervende bladtoppen.

  3. 3

    IJzer (Fe)

    Nodig om chlorofyl aan te maken. Een ijzertekort lijkt op een magnesiumtekort, maar begint juist bovenin bij het jongste blad. Komt vaak voor bij hard, kalkrijk gietwater, omdat een hoge pH het ijzer onopneembaar maakt.

  4. 4

    Mangaan, borium, zink, koper en molybdeen

    Alle vijf nodig in zeer kleine hoeveelheden voor enzymwerking en celdeling. Een tekort komt bij kamerplanten zelden alleen voor en is met het blote oog nauwelijks te onderscheiden. Een complete voeding voorkomt de hele groep in één keer.

Welke NPK-verhouding past bij welke kamerplant?

Dit is de vraag die in de meeste artikelen wordt overgeslagen, terwijl het de enige is waar de keuze echt van afhangt. De vuistregel: kijk naar wat de plant vooral moet maken.

Maakt hij vooral blad, dan wil hij stikstof. Moet hij bloeien, dan verschuift het accent naar fosfor en kalium. Groeit hij van nature op arme, droge grond, dan wil hij van alles minder.

Je hoeft daarvoor geen vier flessen in huis te halen. Eén goede bladplantenvoeding dekt verreweg de meeste kamerplanten, met hooguit een aparte fles voor cactussen en een voor orchideeën als je die hebt.

  1. 1

    Bladplanten: accent op stikstof

    Monstera, Philodendron, Ficus, Epipremnum, Calathea, Aglaonema, palmen en varens. Kies een voeding waarin het eerste getal duidelijk hoger is dan het tweede, in de trant van 7-3-6 of 9-3-6. Dit is de fles die je het hele jaar gebruikt.

  2. 2

    Bloeiende kamerplanten: meer fosfor en kalium

    Spathiphyllum, Anthurium, Saintpaulia, Hoya, Schlumbergera en Amaryllis. Een verhouding met een hoger tweede en derde getal ondersteunt knopvorming. Schakel over ongeveer zes weken voor het verwachte bloeiseizoen, en ga daarna terug naar de gewone voeding.

  3. 3

    Cactussen en vetplanten: alles lager, kalium relatief hoog

    Echeveria, Crassula, Euphorbia, Sansevieria en Zamioculcas. Deze soorten komen van arme grond en gaan bij te veel stikstof slap en gerekt groeien, met zwak weefsel dat makkelijk rot. Kies een cactusvoeding met een laag eerste getal, of verdun je gewone voeding tot de helft.

  4. 4

    Orchideeën: zwak en vaak

    Phalaenopsis en verwanten groeien op boomschors en niet in aarde, dus er is nauwelijks buffer. Gebruik een speciale orchideeënvoeding sterk verdund bij vrijwel elke waterbeurt in het groeiseizoen, in plaats van af en toe een volle dosis.

  5. 5

    Kruiden en eetbare planten binnen

    Basilicum, munt en peterselie op de vensterbank willen vooral stikstof voor blad. Kies hier bewust een voeding die geschikt is voor eetbare gewassen en houd je strikt aan de dosering op de verpakking.

Verdunnen is bijna altijd de veiligste keuze

De doseringen op verpakkingen zijn afgestemd op planten in optimale omstandigheden met veel licht. Een gemiddelde Nederlandse woonkamer haalt dat niet. De halve dosering geven en dat consequent volhouden werkt in de praktijk beter dan de volle dosis met risico op verbranding.

Zo herken je een voedingstekort aan de plek op de plant

Hier zit het bruikbaarste stukje plantenkennis van deze hele gids, en het kost je niets om het toe te passen.

Sommige mineralen kan een plant intern verplaatsen, andere niet. Heeft hij te weinig van een verplaatsbaar mineraal, dan haalt hij het uit oude bladeren om het nieuwe blad te voeden. Dan zie je de klacht dus onderaan beginnen.

Bij een mineraal dat niet verplaatsbaar is kan hij dat niet, en verschijnt de klacht juist bovenin bij het jongste blad. Waar op de plant het begint vertelt je dus welke groep het is.

Dat onderscheid is ook meteen je controle of het überhaupt om voeding gaat. Een gelijkmatig gele plant met natte, zware grond heeft geen voedingstekort maar te veel water, en dan is voeding geven het slechtste dat je kunt doen.

  1. 1

    Onderaan, gelijkmatig geel wordend blad

    Wijst op stikstoftekort. De plant breekt zijn oudste bladeren af om het jonge blad te voeden. Typisch bij een plant die al langer dan een jaar in dezelfde potgrond staat zonder ooit voeding te hebben gehad.

  2. 2

    Onderaan, geel tussen de nerven met groene nerven

    Wijst op magnesiumtekort. Het patroon is kenmerkend: een groen skelet van nerven met gele vlakken ertussen. Komt vaker voor bij planten die uitsluitend met NPK zonder sporenelementen zijn gevoed.

  3. 3

    Bovenin, geel tussen de nerven bij het jongste blad

    Wijst op ijzertekort, vaak door te hard gietwater. IJzer verplaatst niet, dus alleen de nieuwste bladeren zijn aangetast terwijl het oude blad diepgroen blijft. Overstappen op regenwater of gefilterd water lost meer op dan extra voeding.

  4. 4

    Bovenin, misvormd of afstervend nieuw blad

    Wijst op calciumtekort of op een wortelprobleem waardoor de plant geen calcium meer opneemt. Controleer eerst de wortels, want dit patroon komt vaker door natte grond dan door een echt tekort in de voeding.

  5. 5

    Bruine, verdroogde randen op oudere bladeren

    Kan kaliumtekort zijn, maar is bij kamerplanten veel vaker zoutophoping of te droge lucht. Kijk daarom eerst of er een witte korst op de potrand zit voordat je hierop bijvoedt.

  6. 6

    Trage groei zonder verkleuring

    Meestal geen voedingskwestie. Een plant die er gezond uitziet maar niet groeit heeft in bijna alle gevallen te weinig licht, of het is winter en hij staat gewoon in rust.

Wanneer en hoe vaak geef je plantenvoeding?

Voeding geef je alleen als de plant groeit. Een plant die niet groeit neemt de mineralen niet op, en dan blijven ze als zout achter in de pot.

In Nederland loopt het groeiseizoen voor kamerplanten grofweg van maart tot en met september. Het startsein is niet de kalender maar de plant zelf: zodra je het eerste nieuwe blad of een verse scheut ziet, mag je beginnen.

In dat groeiseizoen is elke twee weken bij het gieten een gangbaar ritme voor vloeibare voeding. Sommige mensen geven liever elke week een halve dosis, wat op hetzelfde neerkomt en nog wat gelijkmatiger is.

Vanaf oktober bouw je af en in de winter stop je. De uitzondering is een plant onder een groeilamp of in een warme, lichte serre die gewoon doorgroeit. Die mag je op een laag pitje blijven voeden.

  1. 1

    Maart tot september: elke twee weken

    Het gewone ritme voor vloeibare voeding bij bladplanten. Begin pas als je nieuwe groei ziet en niet op een vaste datum.

  2. 2

    Oktober: afbouwen

    Halveer de frequentie of de dosering. De plant heeft minder licht en verwerkt minder, dus de vraag zakt vanzelf.

  3. 3

    November tot februari: stoppen

    Geen voeding, tenzij de plant aantoonbaar doorgroeit onder kunstlicht. Doorvoeden in een donkere winter is de meest voorkomende manier om zout in de pot op te bouwen.

  4. 4

    Nooit op droge grond

    Giet eerst met gewoon water en geef daarna pas de voedingsoplossing, of los de voeding op in de volledige gietbeurt. Geconcentreerde voeding op een kurkdroge kluit trekt vocht uit de wortels in plaats van erin.

  5. 5

    Niet bij een net verpotte plant

    Verse potgrond bevat zes tot acht weken voorraadbemesting. Meteen bijvoeden stapelt daar bovenop en is een van de snelste manieren om jonge wortels te beschadigen.

  6. 6

    Niet bij een zieke of pas gekochte plant

    Een plant met wortelrot, een plaag of verhuisstress kan niets opnemen. Los eerst de oorzaak op, wacht tot je nieuwe groei ziet en begin daarna pas.

Te veel plantenvoeding: hoe je het herkent en herstelt

Te veel is bij kamerplanten aantoonbaar schadelijker dan te weinig. Een ondervoede plant groeit traag maar leeft; een overvoede plant verliest wortels.

Voeding bestaat uit zouten. Neemt de plant ze niet op, dan blijven ze in de potgrond achter en stijgt de zoutconcentratie in het bodemvocht. Op een gegeven moment is die hoger dan in de wortelcellen, en dan gaat het water de verkeerde kant op: de wortel raakt vocht kwijt in plaats van het op te nemen.

Dat is de reden dat een overbemeste plant er uitgedroogd uitziet terwijl de grond nat is. Bruine, knapperige bladpunten bij een vochtige pot zijn het klassieke beeld.

Herkenbare tweede aanwijzing is een witte of gelige korst op de potrand of bovenop de grond. Dat zijn uitgekristalliseerde zouten, en die zie je alleen bij overbemesting of bij hard gietwater.

  1. 1

    Stap 1: stop met voeden

    Klinkt vanzelfsprekend, maar de reflex bij een plant die er slecht uitziet is vaak juist bijvoeden. Zet de fles weg tot de plant weer gezonde nieuwe groei maakt.

  2. 2

    Stap 2: schraap de witte korst weg

    Haal de bovenste centimeter grond met de zoutaanslag eraf en vervang die door verse potgrond. Dat scheelt meteen een flinke hoeveelheid.

  3. 3

    Stap 3: spoel de pot door

    Zet de plant in de gootsteen of douche en giet langzaam lauw water door de kluit, ongeveer drie tot vier keer het potvolume. Laat het water elke keer volledig weglopen en gooi de onderschotel leeg.

  4. 4

    Stap 4: bij ernstige schade verpotten

    Blijft de plant achteruitgaan, haal hem dan uit de pot en spoel de wortels voorzichtig af. Knip zwarte, papperige wortels weg en zet hem in verse potgrond. Daarna minstens twee maanden geen voeding.

Voorkomen: één keer per jaar doorspoelen

Ook bij nette dosering hoopt zich zout op, zeker met kalkrijk kraanwater. Spoel elke plant een keer per jaar door aan het einde van de winter, vlak voordat het groeiseizoen begint. Dat is het moment waarop de pot toch leeg mag.

Vloeibaar, korrels of staafjes: wat is het verschil?

De vorm bepaalt niet hoe goed de voeding is, maar wel hoeveel controle je hebt. En controle is precies wat je wilt, want overdoseren is het grootste risico.

Vloeibare voeding meng je door het gietwater en werkt vrijwel meteen. Je bepaalt zelf de sterkte, je kunt stoppen wanneer je wilt, en je kunt halveren in een donkere periode. Voor kamerplanten is dit daarom de beste standaardkeuze.

Korrels en staafjes geven langzaam af over weken tot maanden. Handig als je vergeetachtig bent, maar je kunt niet meer terug als de plant het even niet aankan. Bij een staafje komt de voeding bovendien op één plek in de pot vrij, waar de zoutconcentratie dan hoog wordt.

Een praktisch punt dat vaak vergeten wordt: vloeibare voeding is geopend meestal een tot twee jaar houdbaar. Uitzakken of kleurverandering is normaal, maar bij schimmelvorming of een scherpe geur gooi je hem weg.

Meer daarover in onze gids over vloeibare plantenvoeding, korrels of staafjes.

  1. 1

    Vloeibaar

    Meeste controle, direct opneembaar, makkelijk te verdunnen. Nadeel: je moet eraan denken. Voor de meeste kamerplanteneigenaren de beste keuze.

  2. 2

    Korrels of granulaat

    Meng je door de potgrond bij het verpotten en geven maanden lang af. Prettig bij grote planten die je zelden aanraakt, maar de dosering ligt vast zodra ze in de pot zitten.

  3. 3

    Staafjes en tabletten

    Het gemakkelijkst, maar met de minste controle en een lokaal hoge concentratie rond het staafje. Steek ze aan de rand van de pot en niet vlak bij de stam, en gebruik er minder dan de verpakking aangeeft.

  4. 4

    All-in-one en universele voeding

    Prima startpunt als je maar één fles wilt. Accepteer dan wel dat hij voor geen enkele plant optimaal is: cactussen krijgen te veel stikstof en bloeiers te weinig fosfor.

Biologisch of synthetisch: maakt het uit voor de plant?

Voor de plant zelf niet. Een wortel neemt een nitraation op zonder te weten of het uit wormenmest of uit een fabriek komt; chemisch is het identiek.

Het verschil zit in de weg ernaartoe. Synthetische voeding is al opgelost en direct opneembaar, dus hij werkt snel en je weet precies wat je geeft. Organische voeding moet eerst door bodemleven worden afgebroken, dus hij werkt trager en de opbrengst hangt af van temperatuur en bodemactiviteit.

In een pot binnenshuis is dat bodemleven beperkt, wat organische voeding daar minder voorspelbaar maakt dan in een tuin. Daar staat tegenover dat organische voeding veel moeilijker te overdoseren is en dat de structuur van de potgrond er op termijn beter van wordt.

Een praktisch nadeel om te weten: organische voeding op basis van dierlijke resten kan gaan ruiken en trekt soms rouwvliegjes aan. Producten op zeewierbasis hebben dat probleem veel minder.

De volledige afweging staat in biologische plantenvoeding of kunstmest.

Biologisch is geen synoniem voor mild

Ook een biologisch product kan wortels beschadigen bij overdosering, en ongecomposteerde mest kan dat zelfs behoorlijk. Het label zegt iets over de herkomst van de grondstof, niet over de veiligheid. Houd je dus ook hier aan de dosering.

Welke planten je beter helemaal geen voeding geeft

Niet elke plant in huis wil bijvoeding, en bij sommige is het ronduit schadelijk.

Vleesetende planten zoals de Venusvliegenval en de zonnedauw groeien van nature op extreem arme veengrond en halen hun stikstof uit insecten. Voeding in de pot verbrandt hun wortels. Ze willen bovendien alleen regenwater of gedemineraliseerd water.

Luchtplanten (Tillandsia) hebben helemaal geen wortelsysteem dat voeding opneemt en krijgen hooguit een sterk verdunde speciale spray.

En dan de tijdelijke gevallen: een pas verpotte plant, een plant met wortelrot, een plant midden in de winterrust en een plant die net uit de winkel komt. Wacht bij alle vier tot je zichtbaar nieuwe groei hebt voordat je begint.

  1. 1

    Vleesetende planten

    Nooit voeding in de pot en nooit kraanwater. Ze zijn aangepast aan voedselarme, zure veengrond en gaan aan gewone plantenvoeding kapot.

  2. 2

    Luchtplanten (Tillandsia)

    Nemen water en mineralen op via schubjes op het blad, niet via wortels. Alleen een speciale, sterk verdunde Tillandsia-voeding op het blad.

  3. 3

    Pas verpotte planten

    Verse potgrond heeft zes tot acht weken voorraad. Wacht die periode af.

  4. 4

    Planten in winterrust

    Amaryllis, Schlumbergera en veel cactussen hebben een echte rustperiode. Voeding in die fase wordt niet opgenomen en blijft als zout achter.

Zelf plantenvoeding maken: wat werkt en wat niet

Bananenschillen, koffiedik, houtas, eierschalen: het internet staat er vol mee. De eerlijke samenvatting is dat er iets in zit, maar veel minder dan de verhalen suggereren, en dat de dosering compleet onbekend is.

Bananenschillen bevatten kalium, dat klopt. Maar een hele schil in een pot ligt daar maandenlang te rotten voordat er iets vrijkomt, en trekt ondertussen rouwvliegjes en schimmel aan. In een compostbak is het nuttig, in een kamerplantpot niet.

Houtas bevat kalium en kalk en verhoogt de pH fors. Voor kamerplanten die juist een licht zure grond willen is dat eerder schadelijk dan nuttig.

De uitzondering die wel werkt is wormenpercolaat oftewel wormenthee, sterk verdund. Dat is een echte, opgeloste voedingsvloeistof en geen keukenafval in een pot. Over koffiedik hebben we een aparte gids, want daar zitten de meeste hardnekkige misverstanden.

Welke huismiddelen wel en niet werken staat in zelf plantenvoeding maken.

Waarom dosering het echte probleem is

Bij een fles staat de NPK-verhouding op het etiket, zodat je weet wat je geeft. Bij een bananenschil weet je het niet, en je kunt het ook niet terugdraaien als het te veel blijkt. Voor een plant die je een paar jaar wilt houden is dat een onnodig risico.

Plantenvoeding bij hydrocultuur en leca

In hydrocultuur is voeding geen aanvulling maar de enige bron. Kleikorrels en leca bevatten zelf geen enkele voedingsstof, dus alles wat de plant krijgt zit in het water.

Dat betekent twee dingen. Je moet altijd voeden, ook in de periodes waarin je een plant in aarde met rust zou laten, en je moet een voeding gebruiken die alle sporenelementen bevat. Een gewone bladplantenvoeding met alleen NPK schiet hier tekort.

Gebruik daarom een speciale hydrocultuurvoeding, sterk verdund bij elke keer bijvullen. Ververs bovendien elke vier tot zes weken het volledige waterreservoir, want anders lopen de zouten op zonder dat je het ziet.

Werk je met leca in een gesloten pot zonder gat, wees dan extra voorzichtig: daar kan niets weglopen, dus zout stapelt zich sneller op. Meer over dat systeem staat in onze gids over leca voor kamerplanten.

De volledige uitwerking staat in plantenvoeding voor hydrocultuur en leca.

EC-waarde, als je het precies wilt doen

Wie met hydrocultuur werkt kan met een goedkope EC-meter de zoutconcentratie in het water meten in plaats van gokken. Voor kamerplanten is een lage waarde het uitgangspunt: liever te slap en vaak dan sterk en zelden.

Hoe ik het zelf aanpak

Ik heb jarenlang met drie of vier verschillende flessen gewerkt en ben daarvan teruggekomen. Nu staat er één bladplantenvoeding, plus een klein flesje cactusvoeding voor de vetplanten.

Wat ik veranderd heb is de dosering. Ik geef consequent de halve hoeveelheid van wat er op de fles staat, maar dan elke twee weken in het hele groeiseizoen. Sinds die overstap heb ik geen bruine bladpunten meer gehad die ik niet kon verklaren.

En ik spoel elk voorjaar alle potten door voordat ik met voeden begin. Dat is een halfuurtje werk met de douchekop en het haalt de zoutophopingen van het jaar ervoor eruit.

De fout die ik het langst heb volgehouden was doorvoeden in de winter. Ik dacht dat ik de planten hielp door het donkere seizoen heen, terwijl ik ze alleen maar een steeds zoutere pot gaf.

Veelgestelde vragen

Wat is plantenvoeding precies?

Plantenvoeding is een mengsel van minerale zouten die een plant nodig heeft om bladgroen, eiwitten en celwanden te bouwen. Het is geen voedsel in de zin van energie: die maakt een plant zelf via fotosynthese uit licht, water en CO2. Voeding vult alleen de mineralen aan die in een pot opraken, met stikstof, fosfor en kalium als hoofdbestanddelen plus een reeks sporenelementen.

Hoe vaak moet je plantenvoeding geven?

In het groeiseizoen, grofweg maart tot en met september, elke twee weken bij het gieten met vloeibare voeding. Halveer in oktober en stop van november tot februari, tenzij de plant onder een groeilamp gewoon doorgroeit. Begin niet op een vaste datum maar zodra je het eerste nieuwe blad ziet.

Wat betekenen de cijfers op een fles plantenvoeding?

Dat zijn de percentages stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K), altijd in die volgorde. Stikstof stuurt bladgroei aan, fosfor de wortels en de bloei en kalium de stevigheid en de waterhuishouding. Voor bladplanten wil je het eerste getal het hoogst, bijvoorbeeld 7-3-6. De hoogte van de getallen zegt vooral iets over de concentratie, dus hoe ver je moet verdunnen.

Is plantenvoeding echt nodig voor kamerplanten?

Ja, voor een plant die je langer dan een paar maanden houdt. Verse potgrond bevat zes tot acht weken voorraadbemesting en daarna is er geen aanvoer meer, want een pot is een gesloten systeem. Zonder bijvoeding gaat de plant zijn oudste bladeren afbreken om het jonge blad te voeden, en dat zie je als geel blad onderaan.

Wat gebeurt er bij te veel plantenvoeding?

De zoutconcentratie in de potgrond wordt hoger dan die in de wortelcellen, waardoor de wortel water verliest in plaats van opneemt. Het klassieke beeld is een plant met bruine, knapperige bladpunten terwijl de grond nat is, vaak met een witte korst op de potrand. Stop met voeden, schraap de bovenlaag weg en spoel de pot door met drie tot vier keer het potvolume aan lauw water.

Wat is de beste plantenvoeding voor kamerplanten?

Een vloeibare bladplantenvoeding met meer stikstof dan fosfor, bijvoorbeeld in de trant van 7-3-6, en met magnesium, calcium en ijzer plus de overige sporenelementen op het etiket. Vloeibaar geeft je de meeste controle over de dosering, en dat is belangrijker dan het merk. Heb je ook cactussen of orchideeën, dan zijn dat de enige twee waarvoor een aparte fles echt loont.

Hoe zie ik welk voedingstekort mijn plant heeft?

Kijk waar op de plant het begint. Klachten die onderaan beginnen wijzen op een verplaatsbaar mineraal: gelijkmatig geel is stikstof, geel tussen groene nerven is magnesium. Klachten bovenin bij het jongste blad wijzen op een niet-verplaatsbaar mineraal: geel tussen groene nerven is ijzer, misvormd nieuw blad is calcium. Is de grond nat en de plant gelijkmatig geel, dan is het geen tekort maar te veel water.

Kun je plantenvoeding in de winter geven?

Beter niet. Een plant die door lichtgebrek nauwelijks groeit neemt de mineralen niet op, dus ze blijven als zout in de pot achter en maken de grondoplossing steeds zouter. De uitzondering is een plant die onder kunstlicht of in een warme serre zichtbaar doorgroeit: die mag een lage dosering blijven krijgen.

Hoe lang is plantenvoeding houdbaar?

Vloeibare plantenvoeding is geopend meestal een tot twee jaar bruikbaar als je hem koel en donker bewaart. Uitzakken of een kleurverandering is normaal en verhelp je door te schudden. Gooi hem wel weg bij schimmelvlokken of een scherpe, rotte geur. Korrels en staafjes blijven droog bewaard jarenlang goed.

Werkt zelfgemaakte plantenvoeding van bananenschillen?

Nauwelijks, in ieder geval niet in een kamerplantpot. Bananenschillen bevatten kalium, maar dat komt pas vrij als het materiaal is afgebroken, en dat duurt in een pot maanden terwijl het rouwvliegjes en schimmel aantrekt. In een compostbak zijn ze nuttig. De enige zelfgemaakte optie die binnen echt werkt is sterk verdund wormenpercolaat, omdat de voedingsstoffen daarin al opgelost zijn.

Wat is het verschil tussen biologische en synthetische plantenvoeding?

Voor de plant niets: een nitraation is chemisch identiek, ongeacht de herkomst. Het verschil zit in de beschikbaarheid. Synthetische voeding is al opgelost en werkt direct, organische voeding moet eerst door bodemleven worden afgebroken en werkt daardoor trager en minder voorspelbaar, zeker in een pot binnenshuis waar dat bodemleven beperkt is. Organisch is wel moeilijker te overdoseren.

Welke planten mag je geen plantenvoeding geven?

Vleesetende planten zoals de Venusvliegenval, die op extreem arme veengrond groeien en van gewone voeding wortelschade krijgen, en luchtplanten (Tillandsia), die geen voedingsopnemend wortelstelsel hebben. Tijdelijk geen voeding krijgen ook: pas verpotte planten, planten met wortelrot, planten in winterrust en planten die net uit de winkel komen.

Lees ook

Bronnen

Dit advies is mede gebaseerd op onderzoek van universiteiten en instituten.

Lees meer

Meer weten over?

Monstera Ficus Epipremnum Philodendron Calathea Spathiphyllum Sansevieria Zamioculcas Strelitzia Alocasia Gele bladerenBruine randenBloeit nietBladeren krullenWortelrot BemestenPotgrondWater geven